Wat doet Stichting AED De Kwakel?
Stichting AED De Kwakel bestaat volledig uit vrijwilligers. Deze vrijwilligers, ook wel burgerhulpverleners genoemd, zetten zich in om bij noodsituaties snel en adequaat hulp te bieden.
De instructeurs van Stichting AED De Kwakel zorgen ervoor dat alle vrijwilligers goed getraind zijn en volgens de juiste protocollen kunnen handelen.
De instructeurs van Stichting AED De Kwakel zorgen ervoor dat alle vrijwilligers goed getraind zijn en volgens de juiste protocollen kunnen handelen.
Tijdens de trainingen besteden de vrijwilligers aandacht aan het herkennen van gevaar, het veiligstellen van de werkplek, reanimatie, het bedienen van een AED en het omgaan met slachtoffers en omstanders. Daarnaast oefenen zij zowel zelfstandig handelen als samenwerken in teamverband, onder meer met professionele hulpverleners zoals ambulancepersoneel en brandweer.
Om reanimaties en bijbehorende protocollen zo realistisch mogelijk te oefenen, maken de vrijwilligers gebruik van oefenpoppen en oefen-AED’s. Daarnaast organiseert de stichting jaarlijks meerdere oefenavonden. Ten minste één oefenavond vindt plaats in samenwerking met de ambulancedienst en/of de brandweer.
Een groot deel van onze vrijwilligers is lid van EHBO-vereniging St. Vincentius uit De Kwakel. Daarnaast zijn er verpleegkundigen, doktersassistenten, BHV’ers en inwoners met een geldig NRR-reanimatiecertificaat bij Stichting AED De Kwakel aangesloten. Doordat onze burgerhulpverleners uit De Kwakel zelf komen, kunnen zij vaak als eerste ter plaatse zijn. Vrijwilligers zijn doorgaans herkenbaar aan een hesje van Stichting AED De Kwakel, al kan het voorkomen dat zij dit tijdens een melding niet bij zich hebben.
Hoe gaat het nu te werk? Wanneer er via 112 een reanimatiemelding binnenkomt met een inzetlocatie in De Kwakel, ontvangen niet alleen de hulpdiensten een melding. Ook vrijwilligers krijgen via de HartslagNu-app of per sms een oproep op hun mobiele telefoon. Vrijwilligers die zich in de directe omgeving bevinden, nemen indien mogelijk een AED mee en gaan naar de gemelde inzetlocatie.
In veel gevallen zijn wij als eersten ter plaatse en starten wij direct met de reanimatie. Binnen korte tijd worden wij ondersteund door de professionele hulpdiensten. Dit betekent echter niet dat wij de reanimatie direct beëindigen. Wij stoppen pas wanneer de ambulancedienst de volledige controle heeft overgenomen en de patiënt gereed is voor vervoer, of wanneer de ambulanceverpleegkundige aangeeft dat verdere reanimatie geen zin meer heeft.
Brandweermensen en politiefunctionarissen kunnen tijdens de reanimatie waar nodig assisteren. Voor een effectieve reanimatie is het belangrijk dat de hulpverlener die borstcompressies uitvoert ongeveer elke twee minuten wordt afgelost. Deze afwisseling kan plaatsvinden tussen vrijwilligers onderling, maar ook tussen vrijwilligers en professionele hulpverleners.
Omdat een inzet voor vrijwilligers zeer inspannend en belastend kan zijn, wordt na iedere inzet gezamenlijk teruggekeken op de ervaringen. Hierbij kunnen ook brandweermensen aanwezig zijn. Afhankelijk van de aard van de inzet kan dit worden gevolgd door gesprekken met ons nazorgteam.
Omdat een inzet voor vrijwilligers zeer inspannend en belastend kan zijn, wordt na iedere inzet gezamenlijk teruggekeken op de ervaringen. Hierbij kunnen ook brandweermensen aanwezig zijn. Afhankelijk van de aard van de inzet kan dit worden gevolgd door gesprekken met ons nazorgteam.
Wat is een AED en wanneer wordt deze gebruikt?
Een AED, voluit Automatische Externe Defibrillator, is een apparaat dat kan worden ingezet bij een mogelijke hartstilstand. In veel gevallen is er dan sprake van een fibrillerend hart: het hart heeft nog wel elektrische activiteit, maar klopt niet meer in een normaal ritme. Hierdoor wordt het bloed niet goed rondgepompt.
De AED analyseert het hartritme en bepaalt of een elektrische schok nodig is. Met zo’n schok kan het apparaat proberen het normale hartritme te herstellen.
Een AED, voluit Automatische Externe Defibrillator, is een apparaat dat kan worden ingezet bij een mogelijke hartstilstand. In veel gevallen is er dan sprake van een fibrillerend hart: het hart heeft nog wel elektrische activiteit, maar klopt niet meer in een normaal ritme. Hierdoor wordt het bloed niet goed rondgepompt.
De AED analyseert het hartritme en bepaalt of een elektrische schok nodig is. Met zo’n schok kan het apparaat proberen het normale hartritme te herstellen.
Hoe werkt een AED?
De AED bestaat onder andere uit een batterij, een condensator en twee elektroden. Deze elektroden worden op het lichaam geplaatst en meten de elektrische signalen van het hart. Op basis van die meting beoordeelt het apparaat automatisch of een schok nodig en verantwoord is.
Een AED geeft dus niet zomaar een schok. Alleen wanneer het apparaat vaststelt dat dit noodzakelijk is, wordt een schok toegediend. Bij een normaal functionerend hart zal de AED geen schok geven.
Gegevens na een reanimatie
Wanneer een AED tijdens een reanimatie is aangesloten, slaat het apparaat gegevens over de inzet op. Na afloop kan de ambulancedienst deze informatie uitlezen. De gegevens kunnen helpen bij de verdere medische behandeling van de patiënt.
Niet-reanimeren verklaring: wat betekent dit bij een reanimatie?
Sommige mensen kiezen ervoor om niet gereanimeerd te willen worden. Deze wens kan worden vastgelegd in een niet-reanimerenverklaring. Op deze pagina leest u welke vormen van verklaringen er zijn en hoe vrijwilligers hiermee omgaan tijdens een reanimatie.
De niet-reanimeren penning
De NVVE heeft een niet-reanimerenpenning ontwikkeld. Met deze penning kan iemand duidelijk laten zien dat hij of zij niet gereanimeerd wil worden. De penning bevat een pasfoto, handtekening, naam en geboortedatum, zodat duidelijk is bij wie de verklaring hoort. De penning is gemaakt van aluminium met een kunststof coating en is 5 x 3 centimeter groot.
Andere geldige verklaringen
Naast de niet-reanimerenpenning kunnen ook andere vormen van een niet-reanimerenverklaring geldig zijn. Voorbeelden zijn een handgeschreven en ondertekende verklaring of een niet-reanimeren tatoeage op het lichaam. Belangrijk is dat de verklaring duidelijk te herleiden is naar de persoon om wie het gaat.
Vrijwilligers zoeken niet actief naar een verklaring
Tijdens een reanimatie gaan vrijwilligers niet actief op zoek naar een niet-reanimerenverklaring. Dit zou kostbare tijd kunnen kosten. Bij een reanimatie telt elke seconde en ligt de eerste aandacht bij het direct starten van hulpverlening.
Wanneer wordt niet gestart met reanimeren?
Als vóór de start van de reanimatie direct een geldige niet-reanimerenverklaring wordt aangetroffen, respecteren vrijwilligers deze wens. In dat geval wordt de reanimatie niet gestart.
Als de reanimatie al is gestart
Wordt tijdens een lopende reanimatie alsnog een geldige niet-reanimerenverklaring gevonden, dan mogen vrijwilligers stoppen met reanimeren. Zij mogen er ook voor kiezen om door te gaan totdat de ambulancedienst aanwezig is. De uiteindelijke beslissing om de reanimatie te beëindigen wordt dan overgelaten aan de ambulanceverpleegkundige.
De niet-reanimeren penning
De NVVE heeft een niet-reanimerenpenning ontwikkeld. Met deze penning kan iemand duidelijk laten zien dat hij of zij niet gereanimeerd wil worden. De penning bevat een pasfoto, handtekening, naam en geboortedatum, zodat duidelijk is bij wie de verklaring hoort. De penning is gemaakt van aluminium met een kunststof coating en is 5 x 3 centimeter groot.
Andere geldige verklaringen
Naast de niet-reanimerenpenning kunnen ook andere vormen van een niet-reanimerenverklaring geldig zijn. Voorbeelden zijn een handgeschreven en ondertekende verklaring of een niet-reanimeren tatoeage op het lichaam. Belangrijk is dat de verklaring duidelijk te herleiden is naar de persoon om wie het gaat.
Vrijwilligers zoeken niet actief naar een verklaring
Tijdens een reanimatie gaan vrijwilligers niet actief op zoek naar een niet-reanimerenverklaring. Dit zou kostbare tijd kunnen kosten. Bij een reanimatie telt elke seconde en ligt de eerste aandacht bij het direct starten van hulpverlening.
Wanneer wordt niet gestart met reanimeren?
Als vóór de start van de reanimatie direct een geldige niet-reanimerenverklaring wordt aangetroffen, respecteren vrijwilligers deze wens. In dat geval wordt de reanimatie niet gestart.
Als de reanimatie al is gestart
Wordt tijdens een lopende reanimatie alsnog een geldige niet-reanimerenverklaring gevonden, dan mogen vrijwilligers stoppen met reanimeren. Zij mogen er ook voor kiezen om door te gaan totdat de ambulancedienst aanwezig is. De uiteindelijke beslissing om de reanimatie te beëindigen wordt dan overgelaten aan de ambulanceverpleegkundige.
